De Duivenbode

1.

Het begin

In 1927 startte Cor de Zeeuw uit Eindhoven weekblad De Duivenbode. Hierin werden wekelijk de vluchtuitslagen en het verenigingsnieuws van de verenigingen uit Eindhoven en omgeving opgenomen. Al snel publiceerden ook de verenigingen uit Helmond, Tilburg, Weert en verder hun nieuws in De Duivenbode. Uiteindelijk werd De Duivenbode hèt duivenblad voor de Zuid Nederlandse verenigingen.

De Duivenbode werd uitgegeven tot aan het begin van de 2e Wereldoorlog. De bezetters verboden tijdens de oorlogsjaren het houden van postduiven.

In 1948 werd het blad weer opgestart en ging toen samen met duivenblad De Postduif. De nieuwe naam werd het welbekende Nederlands Postduiven Orgaan.

2.

1936 Prudent

Van Ruud van de Bilt uit Valkenswaard mochten we een volledige, ingebonden jaargang 1936 van De Duivenbode ontvangen. Het abonnementsjaar liep toen van april tot april. Dit ingebonden exemplaar was nog eigendom van de opa van Ruud, P. van de Bilt, die onder de naam “Prudent” ook artikeltjes schreef in De Duivenbode. “Prudent” was een begenadigd duivenliefhebber die ook als mens door uitgever Cor de Zeeuw zeer gewaardeerd werd.

Graag willen we je kennis laten maken met dit duivenblad van 85 jaar geleden en starten we de serie uitsnedes met het artikel over Prudent van de Bilt, de opa van Ruud van de Bilt. Ruud bedankt voor het ter beschikking stellen van dit ingebonden boekwerk!

Tuberculose was in de eerste helft van de vorige eeuw de belangrijkste volksziekte. De duivensport organiseerde diverse zogenaamde “T.B.C.-vluchten” waarvan de opbrengst ten behoeve van de T.B.C. bestrijding was.

De eerste Eindhovense T.B.C.-vlucht werd gewonnen door Prudent van de Bilt en hij won hiermee de hoofdprijs: een radio. De winnende doffer werd later zijn ” Oude Radio”, stamvader van het hok.

Onderstaand de originele foto van deze Philips radio.

3.

De Zuiderbond

In 1907 werd De Zuiderbond opgericht, de bond voor de Zuid Nederlandse postduivenliefhebbers. Later werd de naam gewijzigd in Zuid Nederlandse Bond (ZNB).

Één van de oprichters in 1907 was de heer P. de Leeuw uit Ginneken. In 1936 nam hij 25 jaar onafgebroken de functie van secretaris van de bond waar. Hij werd hiervoor gehuldigd door de Zuiderbond en in de Duivenbode verscheen hiervan een uitgebreid artikel.

De heer F. Dams, lid van PDV De Telegraaf uit Helmond, werd door zijn vereniging gehuldigd voor zijn zilveren jubileum bij De Telegraaf. Hij was, zoals in het artikel beschreven wordt, “den volijverigen Ringenadministrateur van den Zuiderbond”.

In 1936 vierde PDV De luchtpost uit Eindhoven het 15-jarig bestaan.

4.

De liefhebbers

De duivenmelkers zijn vaak met onze mooie hobby in aanraking gekomen via de familie. We zien dat duidelijk terug in de Duivenbodes van 85 jaar geleden. Verschillende familienamen zijn ook nu nog terug te vinden in de duivensport van heden. We laten enkele liefhebbers de revue passeren.

Jantje Greveraars werd geroemd vanwege het kleine aantal duiven waarmee hij uitzonderlijk presteerde. Ook toen was er al discussie over overheersing door "grote" liefhebbers, maar ook dat kleine liefhebbers misschien minder opvallen maar wel beter kunnen presteren.
Een foto van Jantje Greveraars zijn duiven moest gemaakt worden bij zijn vereniging, want daar zaten de mooiste voor de verenigingstentoonstelling. Begin januari 1937 zaten hier 2 van zijn hokbestand van 12 oude duiven.

Een andere bekende naam in de duivenwereld is natuurlijk die van v. d. Wiel.

Helaas ontbreekt verdere informatie over P. v.d. Wiel uit Valkenswaard, die wel genoemd wordt als “een der beste spelers” van Valkenswaard.

De blauwe doffer van Nardje Jansen werd 1e kampioensvogel 1937. Deze benoeming vond plaats op de kampioenendag van de CCE in november 1936, de doffer mocht de titel die hij in 1936 won dus in 1937 dragen.
Ook in 1936 onderkende men het belang van een goed hok, zeker de betere liefhebbers zorgen dan ook dat ze daarin niet achterbleven. De heer Peters was dan ook een van de topliefhebbers uit het Helmondse.

5.

Er zijn van die menschen

Er zijn van die menschen vol gal en venijn

Die altijd eenieder belakken.

Die door hun geklets en kwaadsprekerij

Een ander in j′achting doen zakken.

Tenminste, dit is steeds het doel van ′t geklets

Dit is ′t geen ze willen bereiken

Maar iemand die nadenkt, zoo iemand die heeft

Vast maling aan deze praktijken.


Er zijn van die menschen, die vinden plezier

In and′ren van kwaad te betichten.

Die heimelijk genieten in andermans leed

En zèlf graag verdriet willen stichten.

Die groeien wanneer het een ander slecht gaat

Die altijd en overal twisten

Die leven alleen en alleen voor zichzelf

Dat zijn van die rasegoïsten.


Er zijn van die menschen (U kent ze toch wel?)

Die steeds over anderen praten,

Geen deugt er! Alleen slechts zij zelven zijn goed

Maar… houdt zulken juist in de gaten.

Hun woorden zijn meest met hun daden in strijd

Dat is al zoo vaak reeds gebleken

En altijd ontdek je, ′t zij vroeg of ′t zij laat

Juist DIE hebben vele gebreken.


Er zijn van die menschen, die staren zich blind

Op ′t laten en doen van een ander.

Zij slaan bij het minste en kleinste vergrijp

De handen verbaasd in elkander!

Maar zelve?? Dezulken ze plegen zoo vaak

De meeste en grootste vergrijpen.

Dat zijn van die menschen, die heimelijk stil

De kat in het donkerte knijpen.


Daarom wees verstandig en stoor je toch nooit

Aan àl wat de menschen je zeggen,

Want ieder voor zich zal voor ′t eigen gedoe

Verantwoording af moeten leggen.

Kom, trek er je zelven toch nooit iets van aan,

Wat anderen doen of wel laten

Gebruik je verstand! Haal je schouders eens op

En denk: Laat die sukkels maar praten.

                                     Het Weekblad, 9 Mei 1936.

6.

Verzorging van de duiven

Ook in 1936 was men zich wel bewust van het feit dat een goede verzorging van de duiven noodzakelijk was om goed te kunnen presteren. Een droog, goed verlicht en verlucht hok was en is nog steeds een belangrijk onderdeel van de totale duivenverzorging. Een evenwichtige voeding, de nodige bijproducten en zuiver water werden meermaals genoemd in de artikels die in De Duivenbode verschenen. Selectie op gezondheid en vliegcapaciteit werd genoemd om een voldoening gevend vlieghok op te bouwen.

Onze pikkoeken waren bekend onder de naam “duivensteenen” en deze werden ook wel zelf gemaakt. In duivenblad De Duif werd een “recept” geplaatst wat weer overgenomen is door De Duivenbode. We lezen mee:

2kg klei

½kg geklopte ouden mortel

½kg geklopte baksteen

½kg geplet kempzaad

0,1kg anijszaad

½kg gedroogde en geplette eierschalen

0,1kg keukenzout

1 gemalen inktvischbeentje (zooals men aan kanaries geeft)

De “duivensteenen” werden aan de duiven verstrekt om ze van het veld te houden. Bijzonder is het dan weer dat in andere artikels in De Duivenbode het naar het veld gaan van de duiven gepromoot wordt om daar de nodige mineralen op te nemen.

Ook was er een nieuwigheid in de handel: Houten Broedschotels!

Het nestspel was in die jaren het meest toegepaste systeem om de duiven te motiveren voor de vluchten. Het weduwschap stond nog in de kinderschoenen. Toch waren er al spelers die het weduwschap met veel succes toepasten. Zij waren daar niet geheimzinnig over. Integendeel! Er was geen sprake van dat ze hun geheim probeerden te verdedigen. Nee, zij waren open over hun systeem om zo misschien anderen ook over de streep te trekken en ook weduwschap toe te passen. Zoals onderstaande berichten waar de Zeereerwaarde Heer Rector Gilissen uit Heerlen na aanvankelijke aanloopproblemen prachtige uitslagen in het verdere verloop van het seizoen kon overleggen.

Ook Ko Nipius uit Middelharnis, bij iedereen bekend, was vol lof over zijn weduwdoffers!

“Waar blijven onze duiven?” vroeg men zich ook in 1936 af. Dat de roofvogelaanvallen een behoorlijk aantal slachtoffers kosten, zowel toen als nu, is overduidelijk. Toch is er een groot verschil: waar het aantal roofvogels in Nederland toen een meer natuurlijke verloop had, lijkt het nu een door de mens onnatuurlijk gecreëerd bestand te zijn. Dit door de vele geplaatste nestkasten om de roofvogels te verleiden te gaan broeden en de beschermende maatregelen. Door het gebruik van DDT werd het aantal roofvogels vorige eeuw gedecimeerd. Heden ten dage wordt het grote publiek lekker gemaakt met webcams waar het leven van o.a. roofvogels gevolgd kan worden. Daar kan de duivensport nog wat van leren! Helaas wordt de publieke opinie bewerkt door bijvoorbeeld publicaties te plaatsen waarin beweerd wordt dat roofvogels alleen zwakke en zieke postduiven en andere vogels aanvallen. Wij weten wel beter, maar het kwaad is helaas al geschied. Voor de leek zijn ze opruimers in de natuur. Helaas niet, dus…

7.

Verloop der vluchten

Een lossing van de Zaterdagvliegers op 11 Juli trok in Eindhoven veel bekijks. De manden staan voor treinwagons opgesteld, dat zou op het stationsterrein kunnen zijn geweest.
De eerste 50 prijzen van St. Sebastiaan met glorieuze winnaar Alphons Elias uit Budel.

De verwachtingen die men had voor wat betreft de fondvluchten waren in 1936 heel anders dan die van nu. De vluchten vanuit Bordeaux en Dax waren gespeeld onder gunstige omstandigheden met wind mee. In onze tijd krijgen ook deze vluchten en hun winnaars veel waardering van andere liefhebbers. Zoals je kunt lezen spraken ze toen over mislukte vluchten! Zelfs het hele seizoen wordt als mislukt beschouwd!

Natuurlijk, ook nu wordt met meer waardering naar de prestaties op “zware” vluchten gekeken. Die spreken toch meer tot de verbeelding. Maar om snelle vluchten als mislukking te benoemen, dat gaat in onze tijd te ver. 

Vluchtprogramma 1937

In 1937 speelde De Zuiderbond in een westen- en een oostenlijn. De seizoenstart was duidelijk wat later dan we nu gewend zijn. Ook de start met de jonge duiven ligt later dan nu.

Maar liefst acht vluchten zijn als midfondvlucht te herkennen!

Heel opvallend is het kleine aantal dagfondvluchten, er zijn  slechts twee vluchten te herkennen als zodanig: Salbris en Limoges. 

De jonge duivenvluchten gaan niet verder dan ongeveer 300km en de natour start niet eerder dan in september.

8.

Adverteeren doet verkoopen

De commercie had de duivensport ook destijds al gevonden. Duivenbenodigdheden, gritsoorten, allerlei duivenvoer maar ook bijproducten werden aangeprezen.

We lezen even met je mee:

Aviol, Depurol, Vigorolpillen, Mucasol, Dohyfrail-capsules, Florduivo Toon van Riel uit Tilburg zegt in zijn advertentie: “Wij leveren alles wat ge in de duivensport noodig hebt”.

Radiocentrale van Boxtel bood dan weer een abonnement aan op de draadomroep, waarmee een goede ontvangst van b.v. de duivenberichten gegarandeerd werd. De radio’s hadden in die tijd niet altijd een goede ontvangst.

9.

De Tweede Wereldoorlog komt nader

Het is begin 1937. Cor de Zeeuw schrijft zijn gebruikelijke nieuwjaarsartikel. Het is onrustig in de politieke wereld en de bewapeningswedloop voorspeldt niet veel goeds. Cor de Zeeuw heeft er duidelijk geen goed gevoel over en dat zal later helaas bewaarheid worden. De duif, symbool van de vrede, kan hier niets aan veranderen…

10.

Epiloog

We hebben een kijkje genomen in de keuken van de duivensport anno 1936-1937. En we zien veel overeenkomsten met de duivensport in 2021. Hopelijk kunnen wij duivenliefhebbers ons aanpassen aan de moderne wereld, zodat onze mooie hobby voor de komende generaties interessant genoeg is om ook te starten met het houden van die fantastische wezens: postduiven!